|
Headlines | Door de redactie
Deelvergunning en Wabo onder de loep
De per 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de mogelijkheid om in één keer een vergunning aan te vragen voor een breed scala aan activiteiten die met de realisatie van het project te maken hebben. De aanvraag doorloopt één uniforme procedure, die leidt tot één besluit, waarvoor ook één beroepsprocedure geldt. Als een project bestaat uit meerdere vergunningplichtige activiteiten, dan kan derhalve voor dat project één omgevingsvergunning worden aangevraagd.
Door mr. Esther van GaalHet kan echter handig zijn om – bijvoorbeeld met het oog op een investeringsbeslissing – in eerste instantie over slechts één of enkele onderdelen van het project een besluit te vragen. Bijvoorbeeld om eerst zekerheid te hebben of er wel een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen wordt verleend, vóórdat een omgevingsvergunning voor het bouwen aangevraagd wordt. Dit kan voordelen hebben als een ondernemer bijvoorbeeld hoe dan ook van de betreffende bomen af wil, maar niet zeker weet of de gemeente ook in zal stemmen met het bouwplan dat hij heeft voor de vrijgekomen ruimte. Het gaat dan over deelvergunningen.
Onlosmakelijk
De deelvergunning is geen wettelijke term en de Wabo kent geen speciale regels voor dit soort vergunningen. Het gaat derhalve om gewone, volwaardige omgevingsvergunningen. Dit betekent dat zodra zo’n deelvergunning in werking is getreden, het (deel)project mag worden uitgevoerd. Hierbij is van belang dat uit de vergunning niet hoeft te blijken dat de vergunning slechts betrekking heeft op een gedeelte van het uiteindelijk te realiseren project.
De vrijheid om zelf te bepalen voor welke activiteit de vergunning wordt gevraagd, wordt echter wel beperkt door artikel 2.7 van de Wabo, waaruit voortvloeit dat geen deelvergunningen aangevraagd kunnen worden voor activiteiten die ‘onlosmakelijk’ met elkaar verbonden zijn. Daarmee wordt ook de mogelijkheid beperkt om met deelvergunningen te werken. Activiteiten die in juridische zin onlosmakelijk met elkaar samenhangen, kunnen niet los van elkaar worden beoordeeld. Bij onlosmakelijk samenhangende activiteiten gaat het om een handeling die tegelijkertijd in twee of meer activiteitenomschrijvingen valt. Deze activiteiten overlappen elkaar, zijn fysiek niet te scheiden of op te splitsen, kunnen niet los van elkaar worden gezien of vormen één en dezelfde handeling die binnen twee of meer activiteitenomschrijvingen valt. Vanwege de overlap in de activiteitenomschrijvingen is het niet mogelijk om de handeling op te knippen in deelvergunningen.
Pad
Dit zal zich bijvoorbeeld voordoen als het gaat om het verbouwen van een monument (wat zowel bouwen als het wijzigen van een monument is) of het aanleggen van een pad naar een terras achter de inrichting wat in strijd is met het bestemmingsplan (wat zowel een aanvraag om een aanlegvergunning als het verzoek om ontheffing van het bestemmingsplan behelst). Als voorbeeld waarin het wèl mogelijk is deelvergunningen te vragen, noemt het Ministerie van Infrastructuur en Milieu op haar website:
“Het bouwen en het brandveilig in gebruik nemen van een school: dat zijn weliswaar twee samenhangende activiteiten, namelijk het brandveilig in gebruik nemen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder g Wabo) en het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo) maar ze zijn los, na elkaar, uit te voeren.” Ook de Memorie van Toelichting wijst expliciet op de mogelijkheid een omgevingsvergunning aan te vragen voor gedeelten van een project en geeft enkele voorbeelden. Het eerste voorbeeld is het bouwrijp maken van een voormalig agrarisch perceel, het slopen van agrarische opstallen en de bouw van woningen op dat perceel. Hiervoor kan één omgevingsvergunning worden aangevraagd, maar het is ook mogelijk afzonderlijke omgevingsvergunningen aan te vragen voor het bouwrijp maken, voor het slopen en ten slotte voor het bouwen.
Bedrijfsverzamelgebouw
Het tweede voorbeeld dat in de Toelichting wordt genoemd, is dat van de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Als na het gereedkomen van de bouw blijkt dat zich in het gebouw een omgevingsvergunningplichtige inrichting wil vestigen, dan moet voor de vestiging van die inrichting afzonderlijk een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Uit dit laatste voorbeeld blijkt tevens een beweegreden voor het aanvragen van een deelvergunning: het is bij de aanvang van het project nog niet (precies) duidelijk welke overige omgevingsvergunningplichtige activiteiten onderdeel van het project zullen gaan uitmaken. Een ander voordeel voor het aanvragen van deelvergunningen ligt in de procedurele sfeer. Met het aanvragen van deelvergunningen kunnen namelijk de van toepassing zijnde indieningsvereisten en voorbereidingsprocedures worden beïnvloed. Als voorbeeld kan worden genoemd het oprichten van een vergunningplichtige inrichting waarvoor bomen moeten worden gekapt. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het kappen, dan geldt voor die aanvraag de reguliere voorbereidingsprocedure van paragraaf 3.2 van de Wabo. De gemeente beslist dan binnen acht weken of u wel of geen omgevingsvergunning krijgt. Deze beslistermijn kan binnen acht weken eenmalig met zes weken worden verlengd. Als de gemeente de beslistermijn niet haalt, krijgt u de gevraagde vergunning van rechtswege. Als daarentegen één omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het kappen van de bomen en het oprichten van de inrichting, dan is op die aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing (dus ook voor de aanvraag die ziet op het kappen van de bomen). De gemeente beslist dan binnen 26 weken of u wel of geen omgevingsvergunning krijgt. Ook deze beslistermijn kan binnen de eerste acht weken eenmalig met zes weken worden verlengd. Indien de gemeente de beslistermijn niet haalt, krijgt u in dat geval echter geen vergunning van rechtswege.
Nadelen
Aan het aanvragen van deelvergunningen kleven echter ook nadelen. Indien een project in meerdere onderdelen wordt opgedeeld, betekent dit vanzelfsprekend dat er ook meerdere vergunningen nodig zijn met ieder een eigen voorbereidingsprocedure, rechtsbeschermingsmogelijkheden et cetera. Ook bestaat het risico dat een latere deelvergunning niet wordt verleend, terwijl de activiteiten waarvoor reeds eerder al wel een deelvergunnning is verleend, al zijn uitgevoerd. De initiatiefnemer zal deze risico’s zorgvuldig moeten afwegen. Het bevoegd gezag kan slechts beslissen op de aanvraag middels de daarvoor geldende toetsingsgronden. Het is het bevoegd gezag niet toegestaan de aanvraag van een deelvergunning af te wijzen op grond van argumenten die delen van het niet-aangevraagde project betreffen.
Concluderend komt de mogelijkheid om projecten als het ware op te knippen, de flexibiliteit ten goede.
Immers, op deze wijze kan de aanvrager van een omgevingsvergunning het proces van vergunningverlening optimaal laten aansluiten bij de door hem gewenste voortgang en planning van een project.
Interessant artikel?
Sluit nu een abonnement af en ontvang iedere maand het tijdschrift Bouwformatie. Klik hier
|