|
Opinie | Prof. Adri Buur
Personeelsgebrek in bouw wordt geen knelpunt
Volgend jaar bereikt de voorhoede van de naoorlogse babyboom de aow-leeftijd. Veel meer mensen gaan met pensioen dan er nieuw aan het arbeidsproces gaan deelnemen. Een tekort aan personeel zal zich in de bouwsector niet voordoen, zelfs niet als de bouwproductie weer aantrekt.De ontwikkeling van de bouwproductie kenmerkt zich door relatief forse pieken en dalen in vergelijking met het verloop van de algemene conjunctuur. Vanzelfsprekend komt dit niet alleen tot uitdrukking in de omzetcijfers van bedrijven in de bouw, maar ook in de werkloosheidscijfers van de branche. Spanning op de arbeidsmarkt wordt afgewisseld met perioden van leegloop. Er is eveneens een flink verschil tussen het aantal werkenden in de zomer en de winter. Discontinuïteit is een kenmerk van de bedrijfstak. Op dit moment zal het aandeel van de werklozen in het werknemersbestand ruim 10 procent bedragen. Eigenlijk minder dan op het eerste gezicht kon worden verwacht. Verondersteld wordt dat in de leegloop onder zzp-ers (die niet wordt geregistreerd) het overige deel van de verloren arbeid schuil gaat. Vast staat dat de bouwproductie meer dan 10 procent gedaald is.
Keerpunt
Rekenkundig zou de bouwproductie fiks meer dan 10 procent moeten stijgen om de werkloosheid weer ongedaan te maken en de zzp’ers weer volledig in te schakelen. Fiks, omdat de ontwikkeling van de productiviteit per manjaar gewoon doorgaat, elk jaar met meer dan een procent. Dat lijkt niet veel, maar als je dit maar lang genoeg volhoudt, telt het behoorlijk op. Verwacht mag worden dat 2011 een keerpunt zal worden voor de bouwproductie. Er zal meer gebouwd gaan worden. In eerste aanleg zal de stijging mondjesmaat zijn en geen oplossing bieden voor de werkloosheid. Mogelijk treedt een baanloze groei op. Daarna zou van een sterkere groei sprake kunnen zijn. De grote vraag is of de werklozen van nu wachten tot er weer plaats is in de eigen sector, of dat wordt omgezien naar een andere werkplek. Dat laatste lijkt me logisch en zal in veel gevallen ook mogelijk zijn. De bouw komt als laatcyclische bedrijfstak minder snel weer op gang. In andere sectoren neemt de vraag naar personeel eerder toe. Ook die andere sectoren worden geconfronteerd met het afnemende arbeidsaanbod en zullen dus proberen te vissen in andere vijvers dan tot nu toe. Voor de verhoging van de productiviteit in de bouw zal het een extra stimulans zijn als het arbeidsaanbod schaarser is. De al jaren optredende verschuiving van het werk van hoofdaannemers naar toeleveranciers en specialistische onderaannemers krijgt een verdere duw.
De hogere loonkosten als gevolg van het schaarser wordende aanbod van personeel is de drijvende kracht. Tevens lokken als gevolg van de hogere loonkosten werkgevers arbeidskrachten uit andere landen van de EU, zoals dit nu al het geval is. Vooral grote bedrijven maken hier gebruik van. Dit geschiedt indirect door het inschakelen van onderaannemers of uitzendbureaus. Zo is het in het verleden altijd gegaan. In de toekomst zal het niet anders gaan. De krimpende bouwproductie ging gepaard met een beperking van de loonkosten. Extra beloningen zullen zijn weg gesneden. Voor een deel zal uitbesteding zijn beperkt ten gunste van het eigen personeel. De inkoop van materialen en grondstoffen zal in verhouding niet veranderd zijn. Wel hebben de leveranciers een veer moeten laten. Dit beeld is van toepassing op de gehele keten. En dit is niet alleen in Nederland het geval.
Van belang is natuurlijk dat het opleiden van jonge mensen op de verschillende niveaus is voortgegaan en dat dit ook zo blijft. Overigens blijken in de praktijk veel mensen op de bouwplaats al werkende hun competenties te verwerven. Een indicatie hiervoor is het verschil in loon tussen mensen met een formele opleiding en personen met alleen praktijkervaring. Al een paar jaar na het beëindigen van de opleiding is er geen verschil meer. In dit opzicht blijft het goed mogelijk bij een sterke stijging van de vraag naar personeel op de algemene arbeidsmarkt te werven.
Discontinuïteit
Als zich in de toekomst toch nog knelpunten zouden voordoen, is dit te voorzien in kaderfuncties. Bij een sterk oplopende bouwproductie was dit in het verleden duidelijk zichtbaar. Functionarissen werden bij hun bedrijf weggelokt door het bieden van niet onaanzienlijke salarisverhogingen. Een oplossing voor dit probleem is minder gemakkelijk in de vorm van buitenlandse krachten te vinden.
Een vlekkeloze aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van personeel is bij een conjunctuurgevoelige bedrijfstak als de bouw echter onmogelijk. Zou er aan de binnenjaarlijkse discontinuïteit met wat goede wil nog een mouw te passen zijn, de pieken en dalen van de conjunctuur maken dit over de jaren heen niet mogelijk. En dus ook is een personeelsvoorziening zonder haperingen een illusie.
Met sommige zaken moet je leren leven. Perioden waarbij door personeelsgebrek langdurig minder werd gebouwd dan door de markt werd gevraagd, zijn er in het verleden niet of nauwelijks geweest. Tijden met een tekort aan werk wel. Overigens is een tekort of een overschot op een markt altijd een tijdelijk verschijnsel. Er zal een nieuw evenwicht op de markt worden gevonden. Dit geldt ook voor de bouwmarkt en in het voetspoor daarvan de arbeidsmarkt in de bouw. Op welk niveau de markt de komende jaren zijn evenwicht zal vinden, kunnen we proberen te beredeneren en te schatten. Verschillende bureaus zullen de komende weken hun kijk op de toekomst van de bouw naar buiten brengen. Eén ding is zeker, bij geen van de prognoses zal een gebrek aan personeel als stagnatieoorzaak worden genoemd.
|