|
Opinie | Prof. Adri Buur
Stimulering bouw lastig verhaal
Als het een beetje meezit, groeit de Nederlandse economie dit jaar met meer dan een procent. Voor de bouwproductie zijn de verwachtingen aanzienlijk minder rooskleurig. Op effectieve hulp hoeft de bouwsector niet te hopen.
Het (inmiddels gevallen) kabinet gaf op beperkte schaal gehoor aan de oproep de bouwsector te hulp te komen. Aangekondigde maatregelen zijn nog nauwelijks effectief, maar alle beetjes helpen. In de bouw zijn er grote verschillen tussen de sectoren. De zeer forse daling in de b&u gaat samen met een vrijwel gelijkblijvend niveau in de gww. Volgend jaar zou de totale sector aankoersen op stabilisatie. Vertegenwoordigers van partijen in de bouw hebben vanaf 2008 gepleit voor maatregelen om de neergang in de productie om te buigen.
Utiliteitsbouw De Nederlandse economie veert op. Naar de meest recente inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) groeit het bruto binnenlandse product (BBP) dit jaar met 1.5 procent, terwijl in 2011 een toename van twee procent wordt genoteerd. De investeringen door bedrijven blijven ook dit jaar teruglopen – na een daling in 2009 met zeventien procent – nu met meer dan tien procent. In deze cijfers herkennen we de omvangrijke daling van de utiliteitsbouwproductie, en de zo goed als op peil gebleven overheidsuitgaven die de relatief gunstige gang van zaken in de gww weerspiegelen.
Bouwprognoses Verschillende bouwprognoses worden jaarlijks uitgebracht. De meest bekende en uitgebreide rapportages komen van het EIB en TNO. Ook brengen verschillende banken hun voorspellingen uit, evenals enkele bouwmarktonderzoekbureaus. De teneur in alle publicaties is gelijk. Alle prognoses zijn daarbij natuurlijk sneeuw- en vorstvrij. Het winterweer zal dit jaar zonder meer een negatieve invloed op de productieontwikkeling hebben. Bedrijven zitten evenwel ruim in hun capaciteit en kunnen de achterstand in de rest van het jaar inhalen.
Conjunctuur Overal wordt de nadruk gelegd op het gegeven dat de bouw later de gevolgen van een inzakkende conjunctuur merkt en dus ook later weer opklimt. Dit zou vooral voor nieuwbouw en renovatie van woningen, kantoren en bedrijfsgebouwen gelden. Toch hebben deze sectoren al in 2009 met een scherpe terugval te maken. Kennelijk kunnen opdrachtgevers snel reageren in een ongunstiger wordend economisch klimaat. Dan denk je wel eens, dat een omgekeerde beweging ook mogelijk moet zijn. Immers: voor een deel zijn projecten uitgesteld, maar niet definitief afgeblazen.
Patronen Als alles zich in een vast patroon zou ontwikkelen, zouden ook de pleidooien voor het stimuleren van de bouwproductie weinig zinvol zijn. Vrijwel zeker zouden de effecten van zo’n beleid pas tot uitdrukking komen, als de opgaande fase van de conjunctuur al is aangebroken. Iets dat in het verleden – toen geprobeerd werd een anti-cyclisch beleid te voeren – regelmatig voorkwam. Op dit moment zou de Crisis- en herstelwet een voorbeeld kunnen worden. In 2014 is het weer afgelopen met de ingreep in de bestaande wetgeving. Als er extra procedures in het kader van de Europese rechtspraak zullen komen – kenners vrezen hiervoor – komen de effecten van de wet als mosterd na de maaltijd.
BTW Met regelmaat wordt bepleit om de BTW op delen van de bouwproductie te verlagen. Verwacht wordt dat dit een sterke impuls aan de vraag zal geven. Een prijsverlaging van dertien procent zou inderdaad spectaculair zijn. De ingreep is echter uitermate kostbaar voor een schatkist, waarvan de bodem toch al bereikt is. Het probleem bij dit soort maatregelen is dat de bestaande vraag naar het product als eerste profiteert. Als het aantal woningen dat in een jaar gebouwd wordt van 60 naar 70.000 gaat, heb je eerst 60.000 woningen met dertien procent via belastingverlaging gesubsidieerd. Wel een heel dure maatregel om 10.000 extra woningen gebouwd te krijgen. Een analoge redenering laat zien, dat ook voor andere segmenten van de markt van peperdure maatregelen sprake zal zijn. Er zijn weinig mogelijkheden voor effectieve stimulering. Voor de belangen behartigende organisaties zijn daarom weinig successen te boeken die veel zoden aan de dijk zetten. Het is de markt die het laat afweten en van dezelfde markt zal het straks weer moeten komen. De overheid als opdrachtgever is in de b&u maar een kleine speler.
Garanties Maatregelen in de sfeer van garanties zijn veel minder kostbaar en daarom gemakkelijker te treffen. Pleidooien om pensioenfondsen de financiering van investeringen voor hun rekening te laten nemen vallen alleen in goede aarde bij gegarandeerde flinke rendementen. En hiervoor worden nu weer net geen garanties verstrekt. Hetzelfde geldt voor het laten deelnemen van de fondsen in aanleg en beheer van infrastructuur: geen garantie, geen financiering. Nu heeft het deel van de bouw dat actief is in de aanleg van infrastructuur op zich nog weinig reden tot klagen. Relatief gezien natuurlijk. De sector is goed voor rond twintig procent van de totale bouwproductie en ontvangt zijn opdrachten vooral van overheden of daaraan gelieerde organisaties. Bij het uitbreken van de crisis heeft het kabinet gekozen voor het handhaven van de geplande uitgaven in 2009 en dit jaar. Dus ook de aanleg van infrastructuur kon ongehinderd voortgang vinden. De vraag is echter of deze in verhouding riante positie blijft bestaan. Aangekondigd zijn bezuinigingen in de orde van 35 miljard euro. Alle beleidsterreinen van de overheid worden op dit moment doorgevlooid op mogelijkheden tot bezuinigen. Daar zal de infrastructuur niet bij worden ontzien.
Omgedraaid Aard en omvang van mogelijke bezuinigingen zijn op dit moment niet te voorspellen. Mogelijk zullen in de komende jaren de rollen dan omgedraaid worden. De b&u zal profiteren van een opkrabbelende economie en weer groei realiseren, terwijl de overheid dan nog bezig is de opgelopen schade voor de schatkist te repareren door ombuigingen, ook op het vlak van de uitgaven voor infra. Vlak voor of na de zomer zijn er nieuwe verkiezingen, nu het kabinet is gevallen. Een nieuw parlement en een nieuw kabinet worden met dezelfde feiten geconfronteerd. Voor de bouwproductie zal het allemaal niet veel uitmaken. Uiteindelijk bepalen de economische mogelijkheden de vraag naar bouwproductie. De Nederlandse economie floreert als het internationaal goed gaat en daar in Nederland op de juiste manier op wordt ingespeeld.
|