Bouwformatie
LinkedIn Twitter Youtube RSS
home | contact | adverteren
Opinie | Prof. Adri Buur

Weinig houvast voor groei

De bouwproductie krabbelde in 2011 weer wat op. Econoom Adri Buur vraagt zich af of het jaar ook een keerpunt was voor de ontwik-kelingen in de bouw. Onzekerheid is troef. De economie is nu onvoorspelbaar, een ernstig probleem voor de opstellers van bedrijfsplannen. Tegelijk worden enkele al langer sluimerende zaken door de crisis bloot gelegd. Voor 2012 lijkt helaas de kans op groei heel klein.

Van kwantitatieve tekorten in de woningvoorraad en ook bij andere gebouwen is al langere tijd geen sprake meer. Uitbreiding van de voorraad verliest het in productievolume al langer van onderhoud en beheer. Daardoor lijkt de kans op groei dus zo klein voor 2012. Op dit moment is al minder dan de helft van de bouwproductie gericht op uitbreiding. Als er al een tekort moet worden ingelopen, is het een kwalitatief tekort. Veel meer dan vroeger bepaalt de economische ontwikkeling de vraag naar bouwproductie. De overheid als aanjager of op zijn een stabiliserende factor is niet meer aanwezig. Toch wordt met grote regelmaat bij de overheid aangeklopt om maatregelen die de bouw vooruit zouden moeten helpen. Reflexen uit het verleden leiden een hardnekkig bestaan.

Terugval
De verzoeken blijven niet altijd onbeantwoord, denk bijvoorbeeld aan de Crisis- en herstelwet, het hogere plafond voor lening onder de Nationale Hypotheekgarantie en de verlaging van de overdrachtbelasting. Wat heeft het opgeleverd? Mogelijk meer transacties op de woningmarkt door de lagere overdrachtbelasting. De bouw is met deze kostbare maatregel echter niets opgeschoten. Over de Crisis- en herstelwet wordt door kenners gezegd, dat deze nog geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan een hoger bouwvolume en dat waarschijnlijk ook nooit zal doen. Stellig heeft de hogere hypotheekgarantie een positief effect gehad, maar kennelijk is de invloed hiervan beperkt. Het aantal verkochte nieuwe woningen heeft een dramatische terugval beleefd.Een conclusie kan zijn dat de urgentie van de vraag naar bouwproductie gemakkelijk verliest van de economische mogelijkheden, waarover potentiële vragers beschikken. Misschien nog wel waar ze in de komende jaren over denken te beschikken. En toegegeven: de banken werken ook niet erg mee om de potentiële vraag manifest te maken. Waar de harde kern van de vraag in de bouw tegenwoordig wordt gevormd door onderhoud, verbetering en vervanging, zijn we steeds meer terechtgekomen in een kwalitatief gedreven vraag. Veel gemakkelijker dan de vraag die voortkomt uit een kwantitatief tekort, kan de kwalitatieve een tijdje op sterk water gezet worden. Men beschikt al over een plek om te wonen of te werken, het zou mooi zijn als dit een betere plek wordt, maar dat kan altijd nog. Dat is heel iets anders dan het ontbreken van een plek. Toekomstverkenningen van overheden bevatten nog steeds ramingen van aantallen woningen, bedrijfsterreinen en kantoorgebouwen. Daaraan is het gemeentelijk grondbeleid gekoppeld en worden gronden voor de toekomst gereserveerd en in een aantal gevallen ook aangekocht. Provincies spelen in dit proces hun eigen rol bij het aanwijzen en/of goedkeuren van structuurvisies en bestemmingsplannen. Op zich zijn de gegevens die in deze visies en plannen zijn opgenomen weer materiaal voor de makers van voorspellingen. Bijvoorbeeld van de te verwachten bouwproductie. Voor de opstellers van deze prognoses van de bouwproductie in de komende periode is het niet gemakkelijker geworden om hun werk te doen. Kunnen ze nog bouwen op de visies en bestemmingsplannen in het land? De invloed van de economische ontwikkeling op hun vooruitberekeningen is steeds groter geworden. In Nederland wordt daarbij vooral gekeken naar de opvattingen van het Centraal Planbureau (CPB) en ook wel naar die van de Nederlandsche Bank en sommige handelsbanken. De veranderingen in de voorspelde economische groei in de prognoses zijn de afgelopen jaren frequent en fors geweest. Iedere crisis overvalt ons kennelijk. Op college hoorde ik vroeger al, dat ook econometristen niet om de hoek kunnen kijken. Meer dan ooit mogen voorspellers blij zijn als de goede richting wordt aangegeven. De stelligheid waarmee sommige toekomstvoorspellers hun boodschap verkondigen, is in dit licht gezien komisch.

Onderbouwing
Toch blijven jaarlijkse verkenningen niet alleen nuttig, maar ook noodzakelijk. Zeker is dit het geval voor de prognoses die een onderbouwing meekrijgen die door de gebruiker op zijn inhoud kan worden beoordeeld. Voor mensen die bedrijfsplannen voor de korte of de middellange termijn moeten vervaardigen is die onderbouwing uiterst gewenst. Deze bedrijfsplanners vertalen landelijke prognoses naar hun werkgebied en kijken daarbij ook naar de vigerende plannen van provincies en gemeenten. Hoe stel je een levensvatbare planning voor investeringen, inkoopcontracten en de omvang van het personeel op bij zo veel onzekerheden? Hoe geef je een betrouwbaar inzicht aan aandeelhouders? Waar kunnen werknemers nog op rekenen? In ieder geval kunnen werknemers op steeds minder zekerheid rekenen. Dat wordt onderstreept door de populariteit van de flexibele schil om het werknemersbestand die steeds groter geworden is.

Levensduur
Een centrale plaats in de bedrijfsplannen is natuurlijk ingeruimd voor de vraag naar de aangeboden producten. Voor bouwbedrijven ging dat vaak niet om concrete producten als woningen of andere gebouwen, maar om capaciteit om de wensen van klanten op dit vlak te verwezenlijken. Steeds vaker echter worden potentiële klanten wel met concrete aanbiedingen opgezocht. Soms in samenwerking met een reeks bedrijven uit de keten, in andere gevallen wordt pas een keten gevormd bij de verdere uitwerking van het aan de klant aangeboden idee. Dat voor de gehele levensduur geldende economisch aantrekkelijke aanbiedingen de meeste kans van slagen hebben, lijkt een open deur. Voor professionele klanten zal dit zeker gelden. De markt is echter aanzienlijk groter dan alleen die van professionals. Leidraad bij het vinden van klanten is de verdere verschuiving naar kwaliteit. Voor de meeste mensen gaat het daar altijd al om. Als je eenmaal woont of werkt, bezet je een plek. Het aantal nieuwe woningen per jaar bedraagt nauwelijks een procent van de totale voorraad. Overstappen naar een andere plek zal meestal gepaard gaan met de bedoeling er kwalitatief op vooruit te gaan. Daar moet op ingespeeld worden.

Prof.drs. Adri Buur is directeur van Buur Consultancy. Voor reacties: a.buur@ziggo.nl

Uit Bouwformatie, uitgave 1/2012, rubriek Opinie 

  
 

Humor



Advertorial

Burgerhout

BurgerhoutAls producent van rookgasafvoer- en ventilatiesystemen heeft Burgerhout uit Assen een vertrouwde naam opgebouwd. Het bedrijf levert een breed assortiment in RVS, aluminium en kunststof. Directeur Sieger Volkers: "We zijn een absoluut A-merk op ons gebied.

lees verder

/abonneren

Opinie

Door Charles Groenhuijsen

Halveer aantal architectenEen bekentenis: Ik heb het niet zo op architecten. Rondrijdend in ons goede vaderland mopper ik op twee dingen graag en gretig: De files waar ik in zit en de bebouwing waar ik vanuit die file uitzicht op heb. Herkenbaar?

lees verder
 

In het volgende nummer

Bouwformatie | uitgave 5 is verschenen op 15 mei
Bekijk de onderwerpen

Aanmelden


 
Partners in business
  •  - http://
  • Stichting STABU - http://www.stabu.org
  • Brink Groep - http://www.brinkgroep.nl
  • Polypal - http://www.polypal.be
  • Gebr. Bodegraven - http://www.gb.nl
  • Wagenbouw - http://www.wagenbouw.nl
  • XI DOOR - http://www.xidoor.com
 
 

Direct naar

> Adreswijziging
> Aanmelden nieuwsbrief
> Abonneren
> Adverteren

Items

> Headlines
> Opinie
> Dossiers
> Links
> Agenda
> Tijdschrift
> Shop

Contactgegevens

Bezoekadres
Julianalaan 1
2341 EN Oegstgeest

Postadres
Postbus 116
2340 AC Oegstgeest

Tel. (071) 519 19 60
Fax (071) 519 19 61
info@bouwformatie.nl

 

Redactie
Marcel van Duijn

Advertenties
Robert Liefhebber

Website en E-zine
Gijsbert Boer

Uitgever
Max de Jong

Over Bouwformatie

> Colofon
> Adverteren
> Contact
> Veelgestelde vragen
> Disclaimer & Privacy
> Persinformatie